Welkom! Deze website maakt gebruik van cookies

Leuk dat je onze site bezoekt. Geef hier aan welke cookies we mogen plaatsen. De noodzakelijke cookies verzamelen geen persoonsgegevens. De overige cookies helpen ons de site en je bezoekerservaring te verbeteren. Ook helpen ze ons om onze producten beter bij je onder de aandacht te brengen. Ga je voor een optimaal werkende website inclusief alle voordelen? Vink dan alle vakjes aan!

Energie

Eten geeft het lichaam energie. De energie wordt uit vier verschillende macronutriënten gehaald. Dit zijn vet, eiwit, koolhydraten en alcohol. De samenstelling in de voeding bepaalt hoeveel energie men binnenkrijgt.

1 gram vet levert 9 kcal/ 37 kJ
1 gram alcohol levert 7 kcal/ 29 kJ
1 gram koolhydraten lever 4 kcal/ 17 kJ
1 gram eiwit levert 4 kcal/ 17 kJ

Vetten
Er is een onderscheid te maken tussen drie soorten vetten:
  • Verzadigd vet: is ‘hard’ vet. Het zit voornamelijk in dierlijke producten en is vaak als ‘verbogen vet’ aanwezig in gebak en snacks.
  • Onverzadigd vet: is ‘zacht’ of vloeibaar vet. Het zit voornamelijk plantaardige oliën en vetten, zoals olijfolie en zachte boter, vloeibaar bak- en braadvetten. Maar ook in vis.
  • Transvet: dit wordt gevormd tijdens industriële harding van oliën. Het kan het cholesterolgehalte in het bloed laten stijgen en vergroot hiermee de kans op hart- en vaatziekten.

Eiwitten
Eiwit is een belangrijke voedingsstof omdat het naast calorieën ook aminozuren levert. Dit zijn bouwstenen voor het eiwit in lichaamscellen, zoals huid, spieren, botten en bloed. Het lichaam heeft aminozuren nodig om cellen te maken en oude cellen te vernieuwen. Ook maakt het bepaalde stoffen aan zoals afweerstoffen en hormonen. In de voeding komt eiwit voor in vlees, vis, zuivel en eieren, maar ook in plantaardig voedsel zoals brood, noten, bonen en linzen.

Koolhydraten
40 tot 70% van de energie komt uit koolhydraten. Het zit voornamelijk in brood, aardappelen, rijst, pasta en peulvruchten. Er is onderscheid te maken tussen twee soorten koolhydraten:
  • Verteerbare koolhydraten: dit zijn zetmeel en suikers. Het lichaam maakt glucose (suiker) van de verteerbare koolhydraten en via de darmen komt dit in het bloed en bij de organen. Glucose is een belangrijke energiebron voor de hersenen.
  • Niet-verteerbare koolhydraten: dit zijn voedingsvezels. Deze zorgen voor een ‘vol gevoel’, zo helpen ze op gewicht te blijven. Ook zijn ze goed voor de stoelgang.

Alcohol
Alcohol zit in bier, wijn, sterke drank en levert voornamelijk calorieën op. Het is geen noodzakelijke voedingstof.

Bron: Meer dan lekker, gezondheids- en duurzaamheidsaspecten van levensmiddelen, Voedingscentrum, 2011